TRACTOR PULLING = KRACHT EN SNELHEID
Het Tractorpulling is een sport die uniek is in zijn soort door de ontwikkeling van
buitengewoon krachtige motoren. Overgekomen uit Amerika, heeft de sport reeds duizenden Europeanen verleid
tijdens de laatste jaren. Vooral in Nederland kent de sport een ongekend succes, in België ontwikkeld de
bekendheid van en het enthousiasme voor deze sport in stijgende lijn. De Belgische vereniging, de B.K.T.V.
(Belgische KrachtTrekkers Vereniging) maakt deel uit van de E.T.P.C. (European Tractor Pulling Corporation)
die goede relaties onderhoudt met de N.T.P.A. (National Tractor Pulling Association), de Amerikaanse federatie.
A.Divisie
Vrije klasse
De naam zegt het zelf: in deze klasse is (bijna) alles toegestaan, mits het volgen van enkele regels van
de NTTO en het ETPC. De enige maatstaven zijn het gewicht en de afmetingen van de trekker. Ok de afmetingen
van de achterwielen zijn gelimiteerd.(maximum 30.5-32)ofwel 170 x 77,5 centimeter). Het gros van de
onderdelen van deze machines is op maat gemaakt, omdat er geen enkele fabriek is die stukken standaard maakt
die meer dan 8000 Pk kunnen verwerken. Zowel merk als aantal motoren is vrij. Er zijn trekkers met meerdere
dragstermotoren (aluminium V8) en anderen maken een combinatie met vliegtuigmotoren als de
Allison V12 of de Rolls-Royce Griffon, zelfs bootmotoren worden gebruikt. Zeer populair zijn de
(Russische) 'free-power' motoren, helicopterturbines zoals de Isotov TV2 en 3. Er zijn er die met 4 zo'n motoren
rijden.De vrije klasse is onderverdeeld in twee delen: de 3,5 en 4,5 ton. De deelnemers rijden veelal
in meer dan één klasse mee met de zelfde trekker. Ze maken de trekker zwaarder door er gewichten aan te
bevestigen of meerdere motoren extra te installeren. Om deel te nemen in deze klasse heb je aardig wat geld nodig.
Het merendeel gaat naar de motoren en de banden, omdat de trekkers almaar meer pk's leveren om competitief
te blijven. Zonder een goede geldschieter is het onmogelijk een vrije klassetrekker te bouwen en ermee te racen.
SuperStock
De trekkers in deze afdeling zijn net testtrekkers. Dit is waarom ze ook super-reserves genoemd worden.
De basis van deze trekkers zijn landbouwtrekkers. Het motorblok, de koppeling, de overbrenging, alles is origineel.
Veel veranderingen worden onder de motorkap gedaan met het oog op meer vermogen, maar men mag de motor
enkel uitwendig veranderen. Met behulp van maximum vier turbo's en een grote brandstofpomp produceren
deze trekkers meer dan 2000 Pk. Om de motor te verhinderen te heet te worden, injecteren ze water in de
cylinders. Met de combinatie van diesel en water produceert de motor op vol vermogen een pekzwarte rookpluim.
Maar het grootste gedeelte van de rook is de materie die veroorzaakt wordt door het water. Diegene die een
superstock zonder rook ziet, ziet zogenaamde 'alkyburners'. Het is toegelaten de diesel te vervangen door
methanol .Eén van de grote problemen met methanol is dat dat het
een sterke ontsteking vereist, omdat het niet zomaar ontvlamt bij persing zoals diesel. Het geluk aan
methanol is dat het een zeer hoog octaangehalte bevat (ongeveer 135) en dat hij voor 100% verbrandt.
Met methanol verhogen de vermogens aanzienlijk. Meervoudig Nederlands kampioen en Europees kampioen
Magkal Bits'n Pieces" bewijzen op dit moment meer dan 3000 PK te produceren. De tendens van
Nederland en Europa moet dan ook naar methanol gaan. De limiet met diesel werd bereikt, maar we wachten
de toekomst af wat de 'alkyburners' nog zullen vinden om hun vermogen te verhogen... Deze klasse heeft
een gewicht van 3,5 ton.
Minipullers
Klein maar krachtig. Het gewicht van deze monsters mag niet meer dan 950 kg zijn. Dat omvat ook de piloot !!
Al de minipullers zijn aangedreven met een dragster V8 met compressor.Deze produceert meer dan 1600 PK.
Er zijn ook deelnemers die met turbines rijden. Gelet hun gewicht en afmetingen zijn deze minipullers
de moeilijkste om te controleren. Deze monsters springen en dansen van links naar rechts op de piste,
wat zeer spectaculair is voor de kijkers. Sommige piloten gebruiken deze klasse om hun eerste stappen
te zetten in het tractorpulling, maar er zijn er ook die er al lang in deelnemen.
Two Wheel Drives
Wanneer u voor het eerste een TWD ziet, zal uw reactie zijn: dragsters ??? Maar ze zijn geen echter pullers,
noch dragsters. In deze klasse heeft de trekker een vorm nodig, maar die is vrij. U kan verschillende soorten
zien: vans, oldtimers en dragsterbody's. Bij de Nederlandse TWD is er zelfs een Citroën 2PK.
Een zeer opmerkelijk team is USRA een Drontense studentenorganisatie (Nederland). De studenten rijden
en onderhouden het ding. Het is, voor zover geweten, de enige studentenploeg binnen het tractorpulling.
Deze klasse moet de kosten nauwgezet in het oog houden. Het is niet toegelaten meer dan één motor te
gebruiken. Het merendeel van de deelnemers gebruikt een geblazen V8, gelijkaardig aan die van de dragsters.
De inhoud van de motor is gelimiteerd op 480 kubieke duim (7,8 liter). Sinds 1999 is het gebruik van een
aluminium motor toegestaan. Zo kan men nu verschillende soorten motoren kiezen. De laatste jaren was
de Chrysler Hemi favoriet bij de teams. Nu gaat de interesse naar de aluminiummotoren zoals de Keith Black Hemi
en de JP2. Ze hebben ongeveer 200 PK meer dan een Chrysler. Deze klasse heeft één gewichtscategorie: 2600 kg.
B.Divisie
Vrije klasse
Ook in de Divisie B is de vrije klasse aanwezig. Er zijn enkele identieke trekkers als in de
divisie A aanwezig. Enkelen onder hen hebben zelfs in beide divisies deelgenomen. De B-Divisie van de NTTO
is een gedeeld kampioenschap met de BKTV (Belgische tractorpulling organisatie). In de divisie B is bijna
alles toegestaan binnen de (veiligheids)regels. Men kan er alle soorten motoren op de trekkers terugvinden,
van diesel tot aluminium V8 dragsermotoren. Zeer populair zijn de vliegtuigmotoren, zoals de Rolls-Royce Griffon
en tankmotoren zoals de Continental. Het merendeel rijdt met methanol en net zoals in de divisie A
winnen de turbinemotoren meer en meer aan populariteit. De divisie B vrije klasse heeft
3 gewichtsklasses: 2,5 - 3,5 en 4,5 ton.
Pro-stock
Sedert 1995 trekken de 3,5 ton prostocks ook in Nederland en nu ook in België. In zeer weinig jaren
is het een zeer populaire afdeling geworden. Ze komen zelfs in het Europees kampioenschap in 1998
waar ze voor de eerste keer aanwezig waren in Engeland. In Nederland nemen de prostocks deel in
B-divisie, in samenwerking met de BKTV(België). De fundamentele betekenis van deze klasse is de
kosten voor piloot en team minimaal te houden. Net zoals bij de superstocks is de basis van deze machines
een landbouwtrekker. De banden zijn gelimiteerd tot 25 duim (62 centimeter). Er mag slechts één turbo
gebruikt worden. Méthanol is niet toegelaten. Het resultaat van deze limiteringen is dat de paardekrachten
niet zo talrijk zijn en dat de kosten om een trekker te bouwen minder hoog kunnen gehouden worden dan in
de prostock-klasse. Op dit moment hebben de eerste trekkers echter al de 800 pk bereikt. De NTTO en de BKTV
denken dat deze klasse immens populair zal worden in de volgende jaren.
Diesel
Indien je de 3,5 ton diesels voor de eerste keer ziet, realiseer je je hoe snel de tijd passeert.
Vroeger begon met met tijdmeting en op deze wijze streden de dieseltrekkers voor de overwinning.
Maar de diesels die we nu zien, zijn niet meer die van vroeger. Zelfs in deze klasse is er veel vernieuwing.
De diesels halen een vermogen dat men vroeger nooit voor mogelijk hield. Eén van de goede kanten aan
deze klasse is dat de kosten niet dermate hoog zijn. De motor vereist minder onderhoud dan bijvoorbeeld
een methanolmotor. Bovendien gaan ze minder snel stuk door de minder hoge vermogens.
Misschien is dit het geheim van deze klasse... Momenteel wordt deze klasse bemand door Belgische trekkers
zoals Max, Black Danger en Boomer.
DE BAAN
Het tractorpulling bestaat eruit dat men een geremde sleepwagen zo ver mogelijk trekt op
een piste. Die piste is meestal op landbouwgrond gevestigd. Ze heeft een lengte van 100 m, een breedte van 10m.
Het geheel dat moet versleept worden, is een sleepwagen die vooraan wel over wielen beschikt, maar op armen.
Wanneer de sleepwagen, voorzien van een mobiele last, volledig geladen is, weegt ze niet minder dan 25.000 KG.
In het begin van iedere poging bevindt de mobiele lading zich achteraan op de sleepwagen.
Tijdens de trek glijdt zij naar voor, zodat de druk op de voorzijde steeds toeneemt, zodat het voor
de trekker almaar moeilijker wordt. De deelnemers moeten zoveel mogelijk vermogen ontwikkelen en ook het
meeste snelheid teneinde de sleepwagen zo ver mogelijk te kunnen slepen. Indien de trekker de
sleepwagen tot aan de overzijde van de piste krijgt, spreekt men over een "Full Pull".
Indien meerdere deelnemers hierin slagen, wordt de lading verzwaard en beginnen ze opnieuw.
De sleepwagen kan op drie manieren verzwaard worden:1. door een verankering van de mobiele last,
zodat deze sneller naar voor toe komt en dus op het sleepvoet van de wagen rust 2. door bijkomende
stalen gewichten te plaatsen, zodat de te verslepen last vergroot wordt. Men kan er maximum
6 gewichten van 2.500 KG in plaatsen. 3. door stalen messen in de grond te laten graven naarmate
de trek evolueert. De messen bevinden zich in de sleepvoet
van de wagen en verankeren zich op een dergelijke manier in de grond dat ze de weerstand sterk verhogen,
wat de trekker ontegensprekelijk afremt. In de finale, de "Pull Off', is de winnaar diegene
die erin slaagt de sleepwagen zo ver mogelijk te slepen.
DE SLEEPWAGEN
- de trekker
- de spanning van de ketting
- de omkeerveiligheid
- de windas
- de schaats (sleepvoet)
- plaats waar de stalen messen zich bevinden
- de versnellingsbak
- de tandem die de verplaatsing van de mobiele last toelaat
- de dieselmotor die de last opnieuw naar de startpositie
(achteraan de sleepwagen) brengt
- de mobiele last
DE ENORME KRACHTEN
Het is logisch dat de trekkers enorme vermogens moeten ontwikkelen om dergelijke
prestaties neer te zetten. In Europa passeren ze de 5000 PK, in Amerika gaan er sommigen zelfs voorbij de 10000 PK.
Het gaat hier dus over ware krachtexplosies die een perfecte beheersing van de techniek vereisen.
De bedoeling is natuurlijk niet alleen het publiek in spanning te houden,
maar ook de andere deelnemers. Deze sport wordt dan ook niet bedreven met trekkers
die zomaar uit de fabriek rollen, maar met machines die samengesteld zijn uit unieke combinaties
van onderdelen. Duizenden uren werk en vele honderdduizenden frank zijn eraan gespendeerd.
De dieselmotoren zijn dermate veranderd dat ze een vertienvoudiging van de originele vermogens toestaan,
de benzinemotoren worden van een methanolinjectie voorzien en turbocompressoren die een vermogen toelaten
van meer dan 1000 PK per motor.De laatste jaren gebruiken de Europese kampioenen motoren met aluminium
cylinderkoppen V8 (tot vijf stuks per trekker), net als motoren afkomstig uit gevechtsvliegtuigen
als de "Spitfire".
HET EVENWICHT
Het tractorpulling is een sport die kracht en snelheid combineert. Om een maximale
kracht te ontwikkelen op de piste, moet de trekker een evenwicht bereiken tussen de gewichtsverdeling en een
goede bandendruk. Deze verschillende factoren variëren van de ene piste
tot de andere. Dit is de reden waarom veel inschattingsvermogen en ervaring van de piloten geëist worden.
Dit is zonder twijfel een gemeenschappelijk punt met de andere gemotoriseerde sporten. Wat het tractorpulling
van deze andere sporten onderscheidt, is de sensatie die het indrukwekkend aantal paardekrachten
ontwikkeld, gevangen als ze zijn in de ingewanden van deze sprankelende machines.
Ook de show die ze produceren is van buitenaards niveau. Het is zeker terecht dat het tractorpulling
omschreven wordt als.
THE WORLD'S MOST POWERFULL MOTORSPORT.
TRACTORPULLING=GETEMDE KRACHTEN.
VAN DIESELTREKKER TOT RACEMOTOR OF VLIEGTUIGMOTOR
Het tractorpulling zag het levenslicht in de jaren 60 in Amerika en kwam een vijftiental
jaar geleden over naar onze kontreien. In een eerste stadium bestond het enkel uit een krachtmeting tussen
verschillende landbouwtrekkers. Vele boerenzonen wilden tonen dat hun trekker de beste was.
Men heeft er niet lang moeten op wachten vooraleer men het vermogen van de motor verhoogde door
het aanpassen van het maximum toerental en de insteling van de injectiepomp. Later zijn technici
van mechanische bedrijven beginnen experimenteren om de motoren te verbeteren. Turbo's werden geïnstalleerd,
koppelingen versterkt... kortom, de oude landbouwtrekker werd in een totaal nieuw kleed gestoken.
Met de introductie van de door deelnemers zelf ontwikkelde trekkers, voorzien van vrachtwagenmotoren,
is de vrije klasse geboren. Deze trekkers konden een vermogen van ongeveer 1000 PK ontwikkelen.
In deze klasse is, benevens de veiligheidsvoorschriften van de federatie,
enkel het gewicht gelimiteerd. Later werden de deelnemers in drie gewichtsklassen onderverdeeld.
Enkele jaren passeerden nog vooraleer de verbeterde dieselmotoren uit vrachtwagens de meesters van
de baan werden, maar deze waren helaas gelimiteerd door hun gewicht. Het is maar midden de jaren 80 dat
men de eerste benzinemotoren zag verschijnen. Door de ontwikkeling van de "specials" werden
twee tendensen gevormd- de racemotoren (gebruikt in de U.S.A Indicar) Meerder teams monteerden
een reeks V8 motoren die van Amerikaanse auto's kwamen op hun trekker. Chevrolet en Ford werden
per 4 of 5 gemonteerd en leverden een vermogen van 3600 PK. Dankzij de studie om de motoren te
verbeteren, zagen we de trekkers met 5 racemotoren verschijnen. De Europese top rijdt momenteel
niet meer met automotoren, maar met racemotoren die speciaal ontwikkeld zijn naar het nevenbeeld
van de Amerikanen. Deze motoren zijn de fameuze ARIAS V8, welke elke een vermogen van 2000 PK ontwikkelen.
DE VLIEGTUIGMOTOREN
De motoren uit militaire gevechtsvliegtuigen van de geallieerden zijn ongeveer op
hetzelfde ogenblik ten tonele verschenen als hun collega's met racemotoren. De constructeurs kwamen
tot de conclusie dat de sterkste motoren gebouwd werden tijdens de tweede wereldoorlog.
Ze werden inderdaad door de geallieerden gebruikt tijdens het jaar van de bevrijding. Sommige piloten
dachten dat hun trekker voorzien was van het summum van technologie toen ze een injectiemotor
hadden met vier kleppen per cylinder, intercooler en turbo... nochtans werden 50 jaar geleden luchtgevechten
geleverd met technieken waarvoor men nu promotie maakt als basis voor de moderne auto.
ENKELE VOORBEELDEN
MODIFIED
De Rolls Royce motoren
Motor V12, cylinderinhoud: 37.000 cc, 48 kleppen, water- en alcoholinjectie,
mechanische turbo in twee delen,... De Rolls Royce Merlin is in het begin van de oorlog gebruikt in
de fameuze Spitfire. Deze motoren werden constant verbeterd omdat de luchtgevechten snelheid en dus
vermogen eisten. Het is op dat moment dat de Rolls Royce Griffon ontwikkeld is. Deze bezit een
belangrijker cylinderinhoud, meer vermogen dankzij een turbo en een water- en alcoholinjectie.
Voorzien van deze snufjes, kan hij een vermogen van meer dan 3000 PK leveren. De Allisons (USA) Motor V12,
cylinderinhoud: 27.000 cc, 48 kleppen, mechanische turbo + Ox Blower, water- en alcoholinjectie.
Terwijl het Engelse leger Rolls Royce motoren gebruikte, installeerde het Amerikaanse leger Allison
motoren in hun Mustang gevechtsvliegtuigen. In beginfase ontwillede de motor een vermogen van 1200 PK,
maar na enkele jaren werd hij voorzien van een "OX BLOWER" waardoor hij ongeveer 2000 PK kon leveren.
Q8-Popeye, de trekker die door Q8 gesponsord wordt en drie motoren Allison V12 type V1710 bezit,
ontwikkelt op die manier 7800 PK. Hij verbruikt 53 liter methanol op 100 m.
TOELICHTINGEN
In 1990 plaatste het Green Spirit team zijn vierde trekker op de baan.
Deze is voorzien van 2 motoren V12 Rolls Royce Griffon, die 6000 PK ontwikkelen.
Hij is voorzien van 2 motoren V12
Rolls Royce Griffon Tijdens de eerst jaren kende hij enkele problemen
met de transmissie, die in de USA gemaakt wordt, ten gevolge van de te brutale versnelling van de
twee V12's. Dankzij steengoede mechanici behoorde dit probleem snel tot het verleden. In 1992 werd
Green Spirit, gesponsord door Barenburg, kampioen van Nederland in de klasses 4,4 T en 5,4 T, alsook
Europees kampioen.
ASTERIX (NL)
Is één van de betrouwbaarste trekkers in de vrije klasse 3,4 T. Hij zag zich met
zijn 6 motoren V8 Chevrolet van 5,7 liter tot Nederlands kampioen gekroond in 1993. Met Henk Emdepoel
als piloot beschikt hij over alle mogelijkheden om een geducht tegenstander te worden op Europees vlak.
TERMINATOR (ex B )
Het Terminator Team is op één jaar tijd een Europese vedette geworden: de trekker
is kampioen in België van alle klasses. Sedert de winter van 1993 ontwikkelt deze trekker 8000 PK en
is voorzien van 4 Isotov turbinemotoren (turbines van Russiche legerhelicopters). Voor trekkerdoeleinden
ontwikkelde Sabena een unieke compressor. Dit monster is Europees kampioen in de 3,4T - 4,4T en werd gepiloteerd
door Stef De Hoef. Hij is nu in Franse handen en draagt de naam "Redoutable".
THE FUNNY CARS - TWO WHEEL DRIVE
ex MISS LIBERTY (NL), nu LAMBADA TWD
Michel Kooy, de stichter van de Europese Two Wheel Drive, die zich profileert
door zijn meerdere originele concepten in mechanische sporten. Zo monteerde hij dit seizoen een
uitzonderlijke krachtbron in zijn Miss Liberty, namelijk een Chrysler 426 Hemi in massief staal. Deze motor
is gebouwd volgens de meest geavanceerde technologie en is o.a. voorzien van Veney koppen en een
SSI 14-7 1-high-helix-blower. Met een dergelijk werktuig zien Michel en zijn team zich bekroond met de
eerste plaatsen in de Two Wheel Drive, net zoals bij het ontstaan ervan.
PREDATOR (NL)
Predator lijkt op een lange VW kever en is momenteel de krachtigste ter wereld.
Onder zijn motorkap huist een geblazen Chevrolet 468, die 1100 PK ontwikkelt.
SLEDGE HAMMER (NL)
De broers Jan et Aart Luyendijk nemen reeds vier jaar deel aan Two Wheel Drive.
Deze rode bollide is voorzien van een Chevrolet 468, waar men zeker een blower in terugvindt. Sledge Hammer
ontwikkelt zeker voldoende kracht om één of meerdere wedstrijden te winnen, maar helaas kende men enkele
techtnische tegenslagen in 1994, terwijl hij Nederlands kampioen was in 1993.
SUPER STOCK - SUPER STANDARD
HURRICANE (NL)
Sedert 1980, toen Gerrit Esselinck en Erik Meijer ten tonele verschenen in het
tractorpulling met hun eerste Hurricane, veroverden ze meerdere titels in het Nederlands en het Europees
kampioenschap. Nu, met hun nieuwe trekker, een Ford 9600 voorzien van drie turbo's in serie met
1500 PK per stuk, is Hurricane een onbetwistbaar Europees kampioen geworden. Dit is het resultaat van
een betrouwbare en goed uitgeballanceerde techniek. In 1994 behaalde hij een tweede plaats in het
Europees kampioenschap 3,4 T.
MAGKAL BITS'N PIECES (NL)
In 1991 maakten Willem Veldhuizen en Leonard Griffoen hun entree in de magische
wereld van trekkers met hun John Deere 4230 die ze hadden aangepast om methanol als brandstof te kunnen
gebruiken. Dit wierp vruchten af, het succes reikte hen de hand. In 1993 werden ze Europees kampioen
in de klasse van de 3,4 T. Vervolgens kenden ze enkele mechanische problemen, maar deze weerhielden er
hen niet af om Europees kampioen te worden in de 4,4 T in 1994. Robert Soenen heeft reeds enkele zwarte
jaren achter de rug met zijn Diester. De kracht was zeker aanwezig onder de motorkap van deze witte
Caseinternational Magnum 7250, maar ze wou er niet uitkomen. De drie Diester turbo's hebben een formaat dat
je nergens anders in Europa vindt, maar Robert kent enkele problemen om ze te laten presteren zoals
ze horen. De tweede specificiteit van Diester is de brandstof. Hij wordt gevoed met een soort dieselolie
die grotendeels uit koolzaadolie bestaat. Ziehier een indruk van enkele groten van het tractorpulling,
zonder volgenden te willen vergeten: Beverol Eager(NL), Fox (DK), Cougar (SU),
Green Monster(D), Verneuil (F), Desperate Dan (GB), t'Kipmanstje (NL) en alle anderen die in het
Europees klassement voorkomen en die ons een adembenemend spectakel schenken tijdens elke van hun
verschijningen !
|